Aanraders van Anjo Geluk

kleine helden

Titel: Titel: Kleine helden zijn wij

Auteur: Stijn van der Loo

ISBN: 9789021457765

Uitgever: Querido, Amsterdam

Prijs: €18,99

In dezelfde periode waarin Smolder, een nukkige journalist, bedrogen en vervolgens verlaten wordt door zijn echtgenote, vallen ook bij zijn moeder de pijlers onder haar leven vandaan. Zo erudiet en intellectueel als ze altijd was, zo vergeetachtig is ze nu. Ze raakt verward, koffiezetten lukt niet meer goed, en de alzheimer krijgt steeds meer grip op haar – al blijft ze vrolijk. Terwijl haar woorden langzaam maar zeker hun vaste betekenis verliezen, probeert Smolder haar koste wat kost thuis te laten blijven wonen. Zorgen voor elkaar is een nobel streven, maar hoelang kan hij dat volhouden?
Stijn van der Loo baseerde ‘Kleine helden zijn wij’ op zijn eigen ervaringen tijdens de intensieve zorg voor zijn dementerende moeder. Haar woorden waren vaak zo ontwapenend, wijs, schrijnend en grappig dat hij ze in het verhaal verweefde.
Anjo Geluk:
‘ De spinnen hebben ontdekt dat moeder nooit meer boven komt’. Het is de openingszin van een van de laatste hoofdstukken. Smolder, de ik-figuur, gaat bij zijn moeder op zolder wonen. Even later gaan ze samen koffie drinken op een terrasje. Zijn moeder kijkt naar haar oude handen. Ze wil alleen de binnenkant nog maar zien. De andere kant niet: ‘Dat zijn geen handen. Helemaal verkrompeld’. ‘Kleine helden zij wij’ is een roman om aandachtig te lezen. Om het verhaal, maar ook om de stijl. Die is rauw, omdat Smolder zonder omhaal vertelt hoe het hem, zijn moeder, zijn echtgenote, hun zoon Louis en Zus - zijn zus - vergaat tijdens het ziekteproces van zijn moeder, die neerlandica is. ‘Het leven is een kruk op drie poten: liefde, wonen, werken. Als een van de drie omgaat, dondert de hele kruk om.’ Ligt het dan niet voor de hand om steun te zoeken bij je moeder, je ouderlijk huis: grond en anker?
In het nawoord bedankt Van der Loo zijn moeder. Ze is inmiddels overleden. ‘Ík ben een kleine held’; juichte zijn moeder toen ze hoorde dat het boek voor een groot deel over haar zou gaan. Ze heeft nog wel het omslag kunnen zien. ‘Ben ik dat? Met snot uit mijn neus?’ ’Mam, dat is schaduw. Het is een moderne tekening. Ik vind hem erg mooi.’ ’Nou, als jij hem zo mooi vindt, dan doen we het maar.’

 

 

opruimen mod

Titel: Opruimen voor je doodgaat

Auteur: Margareta Magnusson

ISBN: 9789023450795

Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam

Prijs: €14,99

De edele Zweedse kunst van dὄdstädning
-Margareta Magnusson-

Döstädning is het Zweedse gebruik om je materiële bezittingen
te ordenen tegen het einde van je leven. Het is een manier om je
nabestaanden nergens mee op te zadelen, maar ook een ritueel
dat je helpt om te reflecteren op je leven – of dat nou binnenkort
op zijn einde loopt of nog bij lange na niet. Wat laat je
achter aan materiële bezittingen als je er zelf niet meer bent?
Wat zegt dat over jou? Door de erfstukken te scheiden van de rommel,
orden je ook de waardevolle herinneringen.

Opruimen voor je doodgaat is een praktische gids die je helpt
inventariseren wat écht belangrijk is, om zo comfortabel en
stressvrij mogelijk met je bezittingen om te gaan. Margareta
Magnusson bespreekt het proces van herinneren, ouder worden
en de dood op verrassend vrolijke wijze, en laat zien dat döstädning
een ontroerende en waardevolle methode is die jou of iemand
die je liefhebt kan helpen om al het geluk te vieren dat een mens
in een leven verzamelt.

Anjo Geluk:

‘’Als je zelf op leeftijd bent, heb je vast wel eens het huis van een overleden familielid of vriend opgeruimd. Je weet wat de klus inhoudt en neemt je voor het zelf anders te gaan doen: ordenen, opruimen, ontspullen. Het komt er vaak niet van om afscheid te nemen van alles wat je gedurende je leven aan spullen en tastbare herinneringen hebt verzameld. Je gaat immers nog lang niet dood. Misschien heb je het nog eens nodig …, maar wat doe je je nakomelingen aan? Eens moet er toch opgeruimd worden en kun je het dan maar niet beter tijdig en zelf doen? In Nederland zit opruimen voor je doodgaat niet zo in onze cultuur, maar er is alles voor te zeggen! Margareta Magnusson – die zelf tussen 80 en 100 jaar oud is – schrijft er op zo’n aanstekelijke manier en vol humor over, dat het voor iedereen een logische stap zou moeten zijn. Ze schrijft over haar eigen ervaringen, haar aanpak en wat ze al ordenend tegenkomt. Herkenbaar en verrassend!
Een sympathiek boekje! Een aanrader, ook als cadeau; om door te geven aan vrienden en bekenden. Prachtig uitgegeven en geïllustreerd door de auteur zelf; zij is beeldend kunstenaar.
Magnusson: ‘Ouder worden is niet voor watjes. Daarom moet je niet te lang wachten met ontspullen. Vroeg of laat krijg je zelf kwaaltjes en gebreken.’ “’

 

 

 

boekomslag kruip

Titel: Kruip nooit achter een geranium

Auteur: Barbara van Beukering

ISBN: 9789000353507

Uitgever: Het Spectrum bv, Houten

Prijs: €19,99

Kruip nooit achter een geranium - Barbara van Beukering
Met anekdotes en adviezen van: Hedy d'Ancona, Marjan Berk, Noraly Beyer, Ireen van Ditshuyzen, Coot van Doesburgh, Annemarie Jorritsma, Neelie Kroes, Ans Markus, Nelleke Noordervliet, Annemarie Oster, Jacquelien de Savornin Lohman, Wouke van Scherrenburg, Gerdi Verbeet en Olga Zuiderhoek
Als je vijftig wordt, is je blik opeens gericht naar de andere kant; die van ‘de ouderen'. In de vorige eeuw was dat een spookbeeld. De kinderen waren het huis uit, je man zag je niet meer staan, je had geen baan en geen uitgebreide schare vriendinnen. Niet voor niets raakten vrouwen tijdens de overgang massaal in een midlifecrisis of depressie. Als je nu vijftig wordt, ziet de toekomst er heel anders uit: de zeventigplussers om ons heen staan middenin het leven. Ze genieten met volle teugen van hun vrijheid. Ze zijn verlost van de zorg voor hun kinderen en verlost van bewijsdrift. Ze gebruiken botox, hebben talloze bezigheden, een groot sociaal netwerk, en nemen een nieuwe knie als dat nodig is.
Barbara van Beukering (journalist, oud-hoofdredacteur van o.a. Het Parool) gaat in Kruip nooit achter een geranium op zoek naar de eerste generatie vrouwen die oud wordt zonder het te zijn. Ze houdt zichzelf en haar rolmodellen van de huidige generatie zeventigers een spiegel voor: hoe is de vrouw van boven de vijftig veranderd in de afgelopen honderd jaar? En hoe kun je met die kennis een leuk (én gezond, sociaal, geestig, geliefd, slim en mooi) oud mens worden?
Anjo Geluk:
‘ Ik zou bijna achter de geraniums kruipen na het lezen van dit boek! Alsof oud zijn verboden terrein is. Oud worden zonder het te zijn … het ultieme doel?! Terwijl het bevrijdend is niet meer jong te hoeven zijn, je stand op te houden; niet met botox, jonge kleding en ooglidcorrecties. Voor de duidelijkheid: dat is wat anders dan onverzorgd rondlopen!
Wat is er mis met oud zijn? Barbara van Beukering heeft tijdens haar sabbatical haar (vrouwelijke) rolmodellen uitgenodigd voor een gesprek over ouder worden en is met hen (of bij hen) gaan lunchen. In haar boek combineert ze de thema’s die tijdens die gesprekken aan bod komen met eigen ervaringen, haar familie en haar eigen gezin. Ze vergelijkt de verschillen tussen en binnen de generaties en destilleert daaruit gaandeweg de manier waarop zij zelf oud zou willen worden. Aan de ene kant weet ze: elke generatie doet het op zijn eigen manier; anderzijds ontdekt ze: het kan op een gezonde, sociale, geestige, geliefde, slimme en mooie manier. Dat is een hele geruststelling. Het lijkt erop alsof Van Beukering daarnaar op zoek is: gerust gesteld wil worden; je hoeft niet oud te zijn en oud worden valt best mee. Is dat wat je krijgt als een vijftiger haar eigen spookbeeld (oud worden) onderzoekt of was de auteur tot andere conclusies gekomen als ze had doorgevraagd en ook minder luchtige thema’s had besproken? Wat is nu echt moeilijk, lastig aan oud worden, hoe zie je de toekomst, hoe bereid je je daarop voor, hoe zie je het levenseinde en hoe ga je om met ziekte en verlies? Ook als je een leuk oud mens wilt zijn? ’
coverHethuisvol homepage

Titel: Het huis vol; een geschiedenis van het naoorlogse grote gezin

Auteur: Anita Terpstra

ISBN: 9789048842537

Uitgever: Hollands Diep, Amsterdam

Prijs: €19,99

Een geschiedenis van het naoorlogse grote gezin
In 2015 kregen vrouwen gemiddeld 1.66 kinderen. Honderd jaar eerder waren dat er nog 4.45. Echtparen die rond 1870 trouwden, kregen gemiddeld zelfs 8 kinderen.'Haar leven lang is Anita al gefascineerd door de jeugd van haar ouders, die beiden opgroeiden in een groot naoorlogs gezin. Haar moeder was een van veertien en haar vader een van zeven kinderen. Hoe was het om op te groeien in zo'n groot gezin? Was het gezellig om zoveel broers en zussen te hebben of kwamen ze aandacht tekort? Hoe werden alle monden gevoed en kinderen gekleed, hoe werd de orde bewaakt, wie nam welke rol op zich en hoe ging het er op school aan toe? En hoe werd het huishouden gerund zonder elektrische apparaten?
Het huis vol is het indrukwekkende verhaal van het grote gezin in naoorlogs Nederland en is rijkelijk voorzien van historische beelden en anekdotes over het leven toen.
Anjo Geluk:
‘ Anita Terpstra kennen we van haar thrillers - Nachtvlucht, Anders en Samen, dat voor een Gouden Strop is genomineerd. Het huis vol is een familiegeschiedenis die ook nog eens een mooi breder tijdsbeeld weergeeft van de naoorlogse periode. De persoonlijke verhalen worden afgewisseld door informatieve hoofdstukjes zoals: vernoemen, lijfstraffen, kleding, ‘moetje’, het ritueel van de schoonmaak. Herkenbare thema’s voor naoorlogse generaties. Terpstra beschrijft een bestaan in een wereld die in haast niets meer op die van ons lijkt, terwijl die periode nog maar zo kort achter ons ligt. Verschillen in opvoeden, de manier waarop ouders en kinderen met elkaar omgingen, de rolverdeling, je plaats in de kinderrij, kinderen van de rekening en lievelingetjes; hartvochtige vaders en bemiddelende moeders die voor een haast onmogelijke taak stonden. Of daarvoor kozen? Wat betekent je jeugd in een groot gezin voor je latere leven, ook de onderlinge band tussen volwassen broers en zussen? Herkenning, ook als je ouders zoals die van Anita, niet afkomstig zijn uit een groot gezin. De foto’s versterken de tekst: de – vaak zelfgemaakte - kleding, de grote strikken in het haar van de meisjes, de stijve trouwfoto, schoolfoto’s. Een rijk boek, een aanrader! Het enige minpuntje is dat de foto’s erg flets overkomen op de gebruikte papiersoort van het boek.’

 

 

 

ALT-TITEL

Titel: Was de aarde vroeger plat? (vragen die om versjes vragen)

Auteur: Bette Westera & Sylvia Weve

ISBN: 9789025767921

Illustrator: ILLUSTRATOR

Uitgever: Gottmer, Haarlem

Prijs: €16,99

In 'Was de aarde vroeger plat? Vragen die om versjes vragen' beantwoorden de bekroonde Bette Westera en Sylvia Weve levensvragen van kinderen met versjes en illustraties.

Levensvragen van een kind
In Was de aarde vroeger plat? beantwoordt Bette Westera de levensvragen van een kind met een versje, dat vaak aanleiding geeft tot weer een nieuwe vraag. En Sylvia Weve geeft daaraan in haar illustraties wéér een andere draai. Een gedichtenbundel om eindeloos opnieuw in te verdwalen.

Er zijn vragen
die om antwoord vragen
Er zijn ook vragen
die vragen om een versje
een gedicht
een schilderij

Anjo Geluk:
‘ Als ik het voor het zeggen was dit het boek van het jaar! Voor alle leeftijden! Er staat alles in wat je nodig hebt. Antwoorden op alle vragen – universele levensvragen - die je hebt. Vragen waar geen antwoord op is … of toch? Niks kinderachtigs aan; groots! En het boek is prachtig vormgegeven! De samenwerking van auteur Bette Westera en de illustrator Sylvia Weve is bijzonder, net als bijvoorbeeld in hun boeken ‘Doodgewoon’ en ‘Aan de kant, ik ben je oma niet!’ Westera en Weve geven elk hun eigen antwoord op vragen over tijd, ruimte, leven en dood. Elke pagina uit dit grote formaat boek verdient het om ingelijst te worden! Je raakt niet uitgekeken en wordt telkens verrast door de originaliteit van tekst en beeld.
Een cadeautje voor jezelf, maar ook voor alle anderen die een cadeautje verdienen.
Hulde voor auteur, illustrator en uitgever!’

Het antwoord op de vraag ‘kan de tijd echt vliegen?’
Op waaidagen
vliegt de tijd
Je om de oren

Op saaidagen
staat de tijd stil

 

hemelsblauwe jas

Titel: Hemelsblauwe jas

Auteur: Nicolle van den Hurk

ISBN: 9789492168146

Uitgever: Karmijn, Elburg

Prijs: €14,95

In dit prentenboek beschrijft en illustreert Nicolle van den Hurk (1959) mooie, bijzondere en soms ontroerende onderwerpen: dwarrelende blaadjes in de herfst, in je dromen alles kunnen (maar de werkelijkheid is soms anders), hoe het voelt om verdrietig te zijn, en dat een zandkasteel door het opkomende water altijd weer verdwijnt. Nicolle van den Hurk illustreerde en schreef al vele prentenboeken, maar Hemelsblauwe Jas is haar eerste dichtbundel.
Anjo Geluk:
‘ ‘Hemelsblauwe jas’’ is zo’n boek dat je iedereen cadeau zou kunnen geven, vanaf een jaar of zes. Een mooi vormgegeven en uitgevoerd prentenboek met prachtige illustraties en gedichtjes over herkenbare onderwerpen en gevoelens van jong en oud: stiekem op zoek gaan naar je verjaardagscadeau, mama die zoek is, koekjes pikken en dromen … In de boekhandel staat het boek bij de kinderboeken (vanaf 6 jaar), maar het is zeker een aanrader, om voor te lezen thuis of op school, maar ook om zelf van te genieten.

 

Uit ‘Tranen’
… maar waarom heb ik tranen
tranen van verdriet?
Komt dat omdat verdriet vanbinnen zit
en stroomt dat met je tranen weg?
En als je stukken minder huilt
heb je dan ook minder pech?

In zonnig geel en warm rood
maak ik een tekening van jou.
Maar van alle kleuren die er zijn

daglevendagboeken

Titel: Dag leven, dag boeken! (over de betrekkelijkheid der dingen)

Auteur: Wil van den Bercken

ISBN: 9789460035036

Uitgever: uitgeverij Balans

Prijs: €15,99

Ook als Ebook

Over de betrekkelijkheid der dingen

Welke lijnen vallen terugblikkend te ontdekken in een leven dat door een hoge mate van toeval is bepaald? Wat is de zin geweest van de arbeid - in dit geval in een academische setting - die tientallen jaren is verricht? Welke plaats nemen kinderen en kleinkinderen bij dit alles in? Dag leven, dag boeken! is een lichtvoetig, filosofisch verslag vanuit de derde levensfase. Vanuit de persoonlijke beschouwing komt een aantal meer algemene thema's aan de orde. Wat doe je met al die boeken die je leven hebben beheerst en nog beheersen? Wat is het nut geweest van de overdaad aan informatie die je dagelijks via de media tot je hebt genomen? En wat heb je aan alle overbodige spullen die je vanuit een continu draaiende economie zijn opgedrongen? De schrijver confronteert zichzelf en de lezer met de betrekkelijkheid der dingen en tegelijk met de behoefte zijn leven ermee te vullen. Ten slotte wordt de betrekkelijkheid van het leven zelf indringend geïllustreerd met een beschrijving van de galerij van vroegtijdig gestorvenen uit de omgeving van de auteur, waarbij de lezer onwillekeurig zijn eigen doden herdenkt.

Anjo Geluk:
‘ Bezig met het voorbereiden van een symposium met als titel ‘Wat wil jij later worden?’, verkeer ik wat in onzekerheid. Hij kijkt vooral terug, terwijl ik als zeventigplusser vooral bezig ben met de toekomst. De auteur neemt afscheid – ook gezien het aantal pagina’s dat ze in beslag nemen in die volgorde – van zijn leven tot dan toe, van zijn boeken, van dingen en van doden. Hij schrijft dat twee ervaringen zijn huidige levensfase domineren: het besef van de betrekkelijkheid van wat hij gedaan heeft en de ervaring van een nieuwe rol als voorouder/grootouder. Heel kort komt wat hij de postprofessionele fase noemt aan bod. Het terugkijken op het verleden is daarbij, vindt hij, een natuurlijk bijverschijnsel. Hij zou van anderen willen weten wat hun ervaringen zijn en hoe zij terugblikken op hun leven en werk. Ook zou hij willen weten hoe zij de eigenaardigheden van de tijdsbeleving van het ouder worden ervaren. Het betrekkelijkheidsbesef: ‘ik noem het de pensioenparadox: tientallen jaren druk-druk-druk gewerkt aan projecten om achteraf in te zien dat dit niet zoveel heeft betekend.’ In het vervolg van het boekje gaat het vooral om terugkijken, met hier en daar wat terloops een blik in de toekomst. Dat roept naast bewondering en waardering voor de inhoud en de zorgvuldigheid van de tekst ook vragen op. Zoals: levert terugblikken ook iets op voor de toekomst? Kun je met al die ervaring, nu je die hebt verkend en opgeschreven, misschien een rugzakje inpakken om mee verder te gaan? Waar ben je trots op? Waar ben je goed in en waar kun je mee verder? Vragen voor een vervolg: Dag toekomst! De combinatie terug- en vooruitkijken is zinvol als je ouder bent, maar ze kunnen, denk ik, niet zonder elkaar. Dit boekje is daarbij een mooie, zeer leesbare aanzet.

(Wil van den Bercken -1946 - is slavist en Ruslandhistoricus en publiceerde onder meer Geloven tegen beter weten in, waarmee hij werd onderscheiden met de prijs voor het beste theologische boek van het jaar) ’

OmslagEindeloosouderschap

Titel: Eindeloos ouderschap

Auteur: Herman Vuijsje en Anneke Groen

ISBN: 9789462984240

Uitgever: AUP/Amsterdam University Press

Prijs: €14,95

Zorgen voor je kinderen houdt nooit meer op
Waren ouders een halve eeuw geleden klaar met de zorg voor hun kinderen als die de deur uit waren, tegenwoordig duurt die zorg vaak veel langer, ook als de kinderen al volwassen zijn. En die zorg gaat ongemerkt over in zorg voor de kleinkinderen. Grootouders fungeren op grote schaal als oppas, en ze steunen hun kinderen financieel. Natuurlijk geldt dat niet voor iedereen, maar er is wel een duidelijke verandering zichtbaar ten opzichte van vorige generaties.

Hiermee lijkt een volgende fase aan te breken in het proces waarbij kinderen steeds langer 'kind' blijven: de periode waarin zij afhankelijk zijn van hun ouders wordt opgerekt naar de jongvolwassen leeftijd. Wat zijn de oorzaken van die verandering? En wat zijn de gevolgen voor de familieverhoudingen? Daarover bestaat vooral onduidelijkheid: de relaties tussen ouders en jongvolwassen kinderen zijn in beweging op een manier die nog moeilijk bespreekbaar is. Botsende verwachtingen en smeulende conflicten kunnen het gevolg zijn.

De inmiddels jongbejaarde babyboomers en hun kinderen vormen de eerste generaties die met deze verandering te maken krijgen. Zij zijn de pioniers die in deze overgangsperiode hun eigen weg moeten zoeken en daarbij stuiten op onbeantwoorde vragen. Babyboomers wilden de afstandelijke omgangsvormen uit hun eigen jeugd vermijden, maar sloegen ze daarbij door naar het andere uiterste door 'vrienden' te willen zijn met hun kinderen? Waar trek je de grens als je kinderen een groter beroep op je doen dan je lief is? Ben je je ouders dankbaarheid verschuldigd voor hun hulp en inspanningen?

De auteurs, beiden in 1946 geboren, onderzoeken deze vragen en veranderingen aan de hand van hun eigen persoonlijke verhaal, gesprekken met ouders en kinderen uit hun omgeving en interviews met sociologen en andere wetenschappers.

Anjo Geluk:
‘ Ouderschap is voor eeuwig. Vorm en inhoud veranderen met de jaren, maar zolang je leeft, kun je het nooit echt afsluiten. Verandert ouderschap ook met de generaties? In grote lijnen wel. De samenleving verandert immers ook. De auteurs beschrijven de veranderingen binnen hun eigen generatie en bij generatiegenoten: de babyboomers. Nu is er iets aan de hand met de term ‘babyboomer’. Het is niet alleen een objectief begrip, maar krijgt ook een subjectieve invulling. Noem je ‘babyboomers’, dan blijken ze vaak meer te delen dan leeftijd- of generatiegenoten zijn. Zo zijn ze bijvoorbeeld welgesteld, hebben een baan(gehad), zijn vaak hoogopgeleid en voorstander van een vrije/antiautoritaire opvoeding. De afstand tussen ouder en kind is klein; ouders worden in vertrouwen genomen, zijn vrienden. Ik ben van ’45 en officieel nog net een babyboomer, maar herken me lang niet altijd in de tekst over ouders en grootouders en de manier waarop ‘mijn’ generatie wordt gekarakteriseerd. Weliswaar vaak onderbouwd met onderzoek, maar in combinatie met de eigen ervaringen, journalistieke waarnemingen en stukjes interview met deskundigen (ook vaak leeftijdgenoten) wordt het toch een wat eenzijdig boek. Ook rommelig: er zijn telkens andere personen aan het woord behalve de auteurs (dan aangegeven met Herma of Anneke), waardoor het lastig wordt om de rode draad te vinden. Mening of feit? De verdienste: het boek confronteert je met ontwikkelingen, feiten en ook met de mening van anderen, waardoor je gaat nadenken over eigen keuzes en standpunten. Een vraag die voor mij in ieder geval overblijft: hoe zit het met de wederkerigheid in de relatie ouder-kind en kind-ouder?’
De jongen en de dood voorweb

Titel: De jongen en de dood

Auteur: Victor Meijer

ISBN: 9789029090940

Uitgever: Meulenhoff, Amsterdam

Prijs: €24,99

Formaat: oblong-formaat

Een jongen bezoekt zijn zieke grootvader en brengt een doos taartjes voor hem mee. Gezeten op de rand van het ziekbed is de jongen er onverwachts getuige van dat zijn grootvader de laatste adem uitblaast. Had hij niet van dat frambozentaartje moeten eten? In de hoofd van het kind buitelen oorzaak en gevolg, woede en angst over elkaar heen en vormen daar een nieuwe werkelijkheid, waarin hij zijn grootvader moet zien te verdedigen tegen mythische wezens en duistere demonen die de oude man de onderwereld in willen slepen. Kan hij hem nog redden?
Anjo Geluk:
‘ Het eerste wat mij aan dit boek opviel is de stijl van de pentekeningen. Die herkende ik van de omslag van de boeken van Hendrik Groen. Geweldig! Zwart-wit, met na de pagina met ‘Einde’ erop nog vier gedeeltelijk ingekleurde prenten. Een prentenboek voor volwassenen? Waarom niet! En een boek over de dood met vooral tekeningen? Graag! Dan is er ruimte om eigen gedachten de vrije loop te laten, voor een eigen invulling. Taartjes spelen in het boek een grote rol. Eerst omdat de grootvader van de jongen, die dol is op taartjes, overlijdt nadat hij een frambozentaartje had gegeten. Later, in de reis die hij maakt, probeert de jongen met vergiftige taartjes de vreselijke menselijke en dierlijke wezens uit te schakelen. De taartjes verschijnen in allerlei formaten op bijna elke pagina. Kan hij zijn grootvader van de onderwereld redden?
Het is nadrukkelijk vermeld: het boek is een prentenboek. In een korte inleiding wordt de situatie geschetst, daarna ontbreekt tekst en kun je als kijker er op los fantaseren. Toch tekst: op twee kleine tekstjes, in de vorm van briefjes op doodskisten: ‘Eigen schuld, dikke bult’ en ‘Teveel taart!’. Dat heb je er nu van …!? Waarvan?
Een boek om vaak te bekijken, dan zie je telkens nieuwe dingen en vormen zich andere gezichtspunten over de dood. En dat leidt elke keer tot andere vragen. Ik moest er even in komen, maar dan biedt het boek zoveel om te bekijken en te ontdekken.
Het boek is prachtig uitgegeven en een prachtig cadeau.’

 

 

krentenkopppen

Titel: Krentenkoppen

Auteur: Ties Teurlings

ISBN: 9789038802442

Uitgever: Nijgh & Van Ditmar

Prijs: €13,99

In het huis van zijn opa en oma is het rustig, Ties kan er altijd terecht. Oma weet weliswaar niet meer wie hij is of wat hij komt doen, maar laat hem desondanks hartelijk binnen. Opa zit in zijn stoel, oma op de bank en Ties zit ertussenin te kijken en te luisteren. Dan komt zijn opa in het ziekenhuis terecht en moet oma naar een verzorgingstehuis. Tegen haar wil in komt ze tussen de ‘krentenkoppen’(zo noemt ze de mensen die daar wonen) te wonen. Daar achtervolgt ze haar lotgenoten door de gangen, verzet ze zich vastberaden tegen de ingedutte sfeer en danst ze vrolijk met het plaatselijke clowntje. ‘Ja, ik dacht: ik zal maar meedoen, anders staat dat mens ook zo voor gek.’
In Krentenkoppen zijn de bezoeken van Ties aan zijn opa en oma verzameld.
Ties Teurlings (1993) studeerde aan de kunstacademie in Breda. In zijn tweede jaar maakte hij voor zijn minor fotografie een fotoserie over zijn opa en oma.
Anjo Geluk:
‘ Ties Teurlings schrijft zo beeldend over zijn opa en oma, dat je hen in hun huis kunt zien zitten. Twee kwetsbare mensen. Oma die dementeert en Ties meestal niet herkent, opa die voor haar zorgt en Ties die vaak bij hen langskomt. De grootouders spreken Brabants met elkaar. Oma heeft een cadeautje van Sinterklaas gekregen. Opa: “das een chocoladeletter, mamke, daar kunde straks een stukje van opeten, maar niet te veel want dat is niet goed voor jou ”Och en waarom nie?” “Omdat gij suiker het.” “O. En dan mag ik opeens geen, eh, dingesen, meer eten?” Opa is geduldig, legt uit, herhaalt, maar kan het gedrag van oma ook vaak niet plaatsen. Verbijsterd: “Doe toch eens normaal, gij!’ Niet te geloven, tis niet te geloven.” Als oma de over het tafelkleed gegoten frisdrank gaat oplikken. Als opa uitglijdt in de badkamer en in het ziekenhuis wordt opgenomen, belandt oma in een verpleeghuis. Ze zullen allebei niet meer thuis komen. Krantenkoppen bestaat uit observaties van een kleinzoon die liefdevol de hartverscheurende details van hun dagelijkse werkelijkheid heel precies beschrijft – oma die verder dementeert en opa en oma die noodgedwongen uit elkaar moeten bijvoorbeeld 0ntroerend en eerlijk, maar “humoristisch en droogkomisch” (Sylvia Witteman op de omslag) vind ik daar niet bij passen.’
mooi leven

Titel: Mooi leven

Auteur: Sjoerd Kuyper

ISBN: 9789089672292

Schilderijen: Margje Kuyper

Uitgever: uitgeverij Hoogland & Van Klaveren

Prijs: €17,50

Sjoerd Kuyper: De schilderijen van Margje in dit boek zijn alle buiten gemaakt: op de Antillen, aan de grote rivieren, maar vooral in en rond Bergen. Ik was daar ook en schreef gedichten in het zand langs de kant van de weg, op terrassen in de schaduw of in het volle sterrenlicht. We keken naar hetzelfde maar zagen iets anders. Een pen of een paletmes - dat is een wereld van verschil. In verf verdwijnt de tijd, taal is van tijd gemaakt. Margje zoekt de ziel van het landschap, die schildert ze. Ik zoek in het landschap de ruimte. Zo groot dat al mijn tijd er in past en ik die in één blik kan overzien. Dan schrijf ik van liefde en steeds vaker van dood. We leggen niets vast, we voegen toe. Mooi leven - geen constatering maar een streven.

Anjo Geluk:
‘ Sjoerd Kuyper kennen we vooral als kinderboekenschrijver. Hij is al meer dan 40 jaar schrijver van veel meer dan 40 kinderboeken, die vaak bekroond en soms ook verfilmd zijn. Als dichter en schrijver voor volwassenen is hij – onterecht – minder bekend. Mooi leven is tot stand gekomen vanuit de samenwerking van Sjoerd en Margje Kuyper: dichter en schilder. Het boek is opgedragen aan hun kinderen. Sjoerd geeft hierboven precies weer hoe ze werkten.

Het titelgedicht: Mooi leven

Je kijkt en wie je was kijkt mee
met wie je zal zijn naar de sneeuw
waar die voor altijd valt en blijft
in woorden, op een schilderij -
een oogopslag, een eeuwigheid.

Mooi leven is een aandachtig boek voor kijkers, voor aandachtige kijkers. Mooi leven als streven, als werkwoord. Een boek dat indruk maakt, door de tekst, door de beelden, maar ook door de prachtige vormgeving! Het gaat over liefde, over dood, en over verlangen. Voorbeeldig is het woord dat voor mij bij het geheel past. Alles klopt! Als cadeau dus een aanrader! Ik ga op zoek naar meer werk voor volwassenen van Sjoerd Kuyper.’