kleine helden

Titel: Titel: Kleine helden zijn wij

Auteur: Stijn van der Loo

ISBN: 9789021457765

Uitgever: Querido, Amsterdam

Prijs: €18,99

In dezelfde periode waarin Smolder, een nukkige journalist, bedrogen en vervolgens verlaten wordt door zijn echtgenote, vallen ook bij zijn moeder de pijlers onder haar leven vandaan. Zo erudiet en intellectueel als ze altijd was, zo vergeetachtig is ze nu. Ze raakt verward, koffiezetten lukt niet meer goed, en de alzheimer krijgt steeds meer grip op haar – al blijft ze vrolijk. Terwijl haar woorden langzaam maar zeker hun vaste betekenis verliezen, probeert Smolder haar koste wat kost thuis te laten blijven wonen. Zorgen voor elkaar is een nobel streven, maar hoelang kan hij dat volhouden?
Stijn van der Loo baseerde ‘Kleine helden zijn wij’ op zijn eigen ervaringen tijdens de intensieve zorg voor zijn dementerende moeder. Haar woorden waren vaak zo ontwapenend, wijs, schrijnend en grappig dat hij ze in het verhaal verweefde.
Anjo Geluk:
‘ De spinnen hebben ontdekt dat moeder nooit meer boven komt’. Het is de openingszin van een van de laatste hoofdstukken. Smolder, de ik-figuur, gaat bij zijn moeder op zolder wonen. Even later gaan ze samen koffie drinken op een terrasje. Zijn moeder kijkt naar haar oude handen. Ze wil alleen de binnenkant nog maar zien. De andere kant niet: ‘Dat zijn geen handen. Helemaal verkrompeld’. ‘Kleine helden zij wij’ is een roman om aandachtig te lezen. Om het verhaal, maar ook om de stijl. Die is rauw, omdat Smolder zonder omhaal vertelt hoe het hem, zijn moeder, zijn echtgenote, hun zoon Louis en Zus - zijn zus - vergaat tijdens het ziekteproces van zijn moeder, die neerlandica is. ‘Het leven is een kruk op drie poten: liefde, wonen, werken. Als een van de drie omgaat, dondert de hele kruk om.’ Ligt het dan niet voor de hand om steun te zoeken bij je moeder, je ouderlijk huis: grond en anker?
In het nawoord bedankt Van der Loo zijn moeder. Ze is inmiddels overleden. ‘Ík ben een kleine held’; juichte zijn moeder toen ze hoorde dat het boek voor een groot deel over haar zou gaan. Ze heeft nog wel het omslag kunnen zien. ‘Ben ik dat? Met snot uit mijn neus?’ ’Mam, dat is schaduw. Het is een moderne tekening. Ik vind hem erg mooi.’ ’Nou, als jij hem zo mooi vindt, dan doen we het maar.’