Welkom op de website van Denktank60+Noord
Om u te informeren waar we zoal mee bezig zijn hebben we een overzicht van activiteiten gemaakt. Ondermeer: over onderwijs: in gesprek met studenten en docenten van diverse opleidingen; meerdere initiatieven in de gezondheids- ouderenzorg; uitwisseling ideeën tussen ouderen en professionals.
Meer weten over de kleurige lappendeken aan activiteiten van de Denktank60+Noord?
Annegreet van Bergen
Enkele uren voordat hij stierf, vroeg de man van Annegreet van Bergen: ‘Doen we geen kusjes meer?’ Het waren zijn laatste woorden. Ofschoon zijn dood allesbehalve onverwacht kwam, werd Annegreet overvallen door de onverbiddelijke rouw die op zijn overlijden volgde. Nuchter, openhartig en lichtvoetig vertelt zij over haar eigen ervaringen, vergelijkt die met die van andere nabestaanden en plaatst deze tegen het decor van recente maatschappelijke ontwikkelingen zoals toegenomen mondigheid van patiënten en veranderende opvattingen over medische ethiek. Over liefde, is niet alleen herkenbaar en troostrijk voor lotgenoten, maar ook nuttig voor iedereen die zich wil voorbereiden op de dood en hoe verder te gaan wanneer je achterblijft na het overlijden van een dierbare.
Annegreet van Bergen (1954) is econoom en journalist. Ze schreef onder meer: 'Mijn moeder wilde dood', 'Gouden jaren', 'Het goede leven' en 'Een (ongewone) geschiedenis van doodgewone dingen'. Haar werk werd meermaals genomineerd, onder meer voor de Libris Geschiedenis Prijs en de NS Publieksprijs.
Anjo: ‘Een verrassend, open, openhartig, ontroerend, rijk en troostrijk boek! Open en persoonlijk, omdat Van Bergen eigen gedachten en gevoelens beschrijft. Ontroerend, omdat de vaak herkenbare manier waarop ze dat doet, je raakt. Ook haar eerlijkheid, verdriet, de tegenstrijdigheden, de manier waarop ze haar eigen weg gaat … Troostrijk, omdat ze invoelbaar schrijft. Niet alleen over wat haarzelf overkomt, wat ze meemaakt, haar keuzes, maar ook over wat anderen meemaken, de ontwikkelingen in de samenleving, gesprekken, ervaringen. Daarmee laat ze door het hele boek heen en ook tussen de regels door zien, dat er niet één manier is van liefhebben, van samenleven met een naaste die niet lang te leven heeft, van alle praktische zaken rondom de uitvaart, van rouwen en van verder leven na verlies. Mij troffen zinnen als: ‘rustig en goed sterven doe je niet alleen voor jezelf, je doet het ook voor je dierbaren. Zij moeten verder leven met de herinneringen aan de manier waarop jij stierf’. Het leven, de omgang met een zieke man, de angst om hem, de zorgen, hem zien achteruitgaan, een uitje dat daardoor in het water viel, de ochtend na een waardeloze nacht: ze fantaseerde over de vrijheid die het zou geven als dat niet meer zou zijn, als hij dood zou zijn. Ze schaamde zich voor die gedachte en later voor het genieten van nieuwe dingen en plannen, maar toch ook weer niet … Het wordt twee stappen voorwaarts, een terug. Annegreet wordt steeds Annegretiger, maar dat is hard werken. Uiteindelijk gaat het altijd over liefde.
Openhartig, ontroerend, monter en troostrijk: over rouw in onzekere tijden.‘
Titel: Over liefde, de dood en verder leven na verlies Auteur: Annegreet van Bergen
Uitgever: Contact
ISBN: 9789045052984
Prijs: € 24,99
Generaties
Het Boekenweekgeschenk is dit jaar gewijd aan ‘intergenerationele jaloezie tussen twee generaties die op hun eigen manier uitblinken in onuitstaanbaarheid.’ Het gaat over de babyboomers en de millennials. Doortje Smithuijsen, zelf millennial, schrijft er een essay over met de titel ‘Ik zou uw dochter kunnen zijn.’ Interessant, leerzaam en zeker een aanrader. Toch vroeg ik me af naarmate ik verder las of het denken in generaties ons nu echt nader tot elkaar zou kunnen of moeten brengen. Of geboren zijn binnen een leeftijdcohort – zo’n 15 jaar - en daarmee in een daarbij behorend tijdperk zoveel gemeenschappelijkheid zou kunnen opleveren dat er daardoor sprake zou zijn van iets wat je een ‘groep’ zou kunnen noemen. We hebben het dan over ‘mijn generatie’, maar als ik een rondje maak langs de babyboomers die ik ken, zie ik levensgrote verschillen. Eigenlijk in van alles, alleen hun leeftijd hebben ze met op zijn hoogst 15 jaar verschil, gemeenschappelijk, maar verder veel variatie. Al lezend wilde ik telkens uitleggen dat ík een andere babyboomer ben dan de leeftijdgenoten die Smithuijsen blijkbaar op het oog had en dat kwam vast niet door het feit dat ik haar grootmoeder zou kunnen zijn. Misschien ook onuitstaanbaar, wel behoorlijk anders. Als millennials het over babyboomers hebben hoor of lees ik veel beeldvorming en vooroordelen, andersom net zo. Etiketten zijn er ook. Zouden het echte gesprek, onderlinge samenwerking en op zoek gaan naar overeenkomsten ons niet verder brengen?

Dit artikel is ook als pdf document beschikbaar.
Wie zijn we en hoe werken we
Denktank60+Noord is een onafhankelijke (niet gesubsidieerde) vrijwilligers organisatie en bestaat uit ouderen die op allerlei manieren participeren in de samenleving en meedenken en doen over wonen, welzijn en zorg in het Noorden van Nederland. Ook samen met jongeren, bijvoorbeeld in het onderwijs. De Denktank kijkt met een blik vanuit de dagelijkse werkelijkheid (van ouderen)naar beleidsvoorbereiding en -beslissingen die ouderen raken.
Dit is des te belangrijker aangezien het aantal ouderen komende decennia gaan toenemen en de personeelskrapte in de zorg steeds meer aan de orde is. Denktank 60+ Noord bestaat uit een kerngroep, die de activiteiten coördineert en daarnaast ouderen die actief zijn in werkgroepen en ouderendelegaties, al naargelang interesse en beschikbare tijd. Denktank 60+ Noord is nadrukkelijk een netwerkorganisatie en heeft contacten, overleggen in het hele Noorden van Nederland.
Onze visie
Ouderen willen volwaardig meedoen in de samenleving van nu en straks. Waar in het verleden deskundigen en professionals plannen maakten en uitvoerden vanuit veronderstelde behoeften en wensen, willen nieuwe ouderen op hun eigen wijze de regie voeren over hun leven en leefwereld, samen met alle andere burgers. Dat kenmerkt een nieuwe wijze van participatie in en aan de samenleving in buurt, wijk, dorp en stad en ook landelijk.
Onderlinge betrokkenheid en wederkerigheid zijn essentieel en geven betekenis aan ieders leven en maken dat ouderen deel (blijven) uitmaken van de inclusieve samenleving. Ook als er sprake is van een beperking of kwetsbaarheid, is wederkerigheid mogelijk en belangrijk en vergt het actief en proactief aandacht en vragen en doorvragen naar de eigen inbreng. Ervaringskennis en een luisterend oor voor anderen, bijvoorbeeld.
Speerpunten
- Actief meedoen: beleid en de praktijkuitvoering beïnvloeden. Als kerngroep van Denktank 60+ Noord en met ouderen die actief zijn (we zijn voortdurend op zoek naar ouderen die met ons mee willen doen) participeren en we denken mee en hebben invloed in zoveel mogelijk commissies, werkgroepen, klankbordgroepen, projecten en bij projectaanvragen. Een aandachtspunt daarin is ook altijd dat we de beeldvorming van ouderen in overeenstemming brengen met de realiteit. Bij ouderen zelf en maatschappij-breed.
- In netwerken: om ouderenparticipatie te bewerkstelligen, effectueren en stimuleren.
- Bij ouderen en onderwijs: Een bijdrage leveren aan onderwijsinstellingen die professionals afleveren die met/voor ouderen werken.
- Preventie: bevorderen dat ouderen zelf actief aan de slag gaan met de voorbereiding op de nieuwe levensfase. Dit is belangrijk vanwege de realiteit dat niet alle zorg meer geboden kan worden zoals men dat jaren geleden gewend was. Ouderen zijn niet altijd op de hoogte van deze veranderende zorg (on)mogelijkheden. Meer bewustzijn en tijdig anticiperen is nodig. Bij deze ontwikkeling – de voorbereiding op later – zijn we nadrukkelijk betrokken.
Alles over doodgaan - Sander de Hosson & Els Quaegebeur
Er is maar één ding zeker na onze geboorte: dat we ooit dood zullen gaan. Niemand kan het ontlopen, iedereen komt aan de beurt. Wat de dood precies is, weten we niet. Ja, je ademt, praat, loopt, lacht en denkt niet meer. Maar hoe het voelt om dood te zijn? Geen idee, het is een mysterie. Er is ook niemand tegen wie je kunt zeggen: ‘Hé hallo daar, kom eens terug om te vertellen hoe het daar is.’ Niet zo gek dus dat de dood ons nieuwsgierig maakt.
Angst voor de dood, en voor de weg ernaartoe. De meeste van ons kennen dat gevoel. Het kan ons zo bang maken dat we er liever niet over willen nadenken of praten. Terwijl overal om ons heen mensen (en dieren) overlijden, want dat hoort nu eenmaal bij het leven. Familieleden, een oude buurvrouw, de geweldige mevrouw van het Sinterklaasjournaal, je trouwe hond, de moeder van een klasgenootje – vroeg of laat komt de dood dichtbij.
Dit boek legt uit wat we wél weten van sterven. En van een ziekte hebben die niet meer verdwijnt. Feiten zijn fijne dingen als je ergens mee wilt leren omgaan. Als je snapt hoe dingen zitten, zijn ze vaak minder eng. Dat geldt ook voor ziek zijn en sterven.
Anjo: ‘We kennen Sander de Hosson van zijn werk als longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen en van zijn enorme inzet op het gebied van palliatieve zorg en stervenszorg. Els Quaegebeure is journalist en samen schreven zij eerder Leven toevoegen aan de dagen. Nu een niet-kinderachtig kinderboek over doodgaan. Dus eigenlijk een boek voor ons allemaal, mensen van alle leeftijden. Voor wat oudere kinderen om zelf te lezen, maar vooral om samen te lezen en erover te praten. Vaak zal een naderend sterven de aanleiding zijn, maar dat hoeft natuurlijk niet. De auteurs hebben het boek zo opgezet, dat je het van begin tot eind kunt lezen, maar ook heel goed korte stukjes kunt kiezen. Bijvoorbeeld een casus of de ‘meeloopdag’ van dokter Sander in het ziekenhuis. Of een van de hoofdstukken: ziek worden, ziek zijn, doodgaan of dood zijn. Door heel veel feitelijke informatie te geven en antwoorden te geven op allerlei - niet alleen - kindervragen – ‘dokter Sander mogen we iets vragen?’ – worden de onderwerpen minder griezelig en is geen enkele vraag over ziekte of dood te gek voor woorden. Het boek is mooi, overzichtelijk opgezet, met een duidelijke indeling. Een minpuntje: bij ‘Game over’ als titel had best ook een hippe, uitnodigende cover gekund.’
Titel: Game over Auteur: Sander de Hosson & Els Quaegebeur
Uitgever: Volt
ISBN: 9789062225484
Prijs: € 18,99

Ladder - De ‘trap des levens’ of ‘trap des ouderdoms’ is een eeuwenoude trap met op elke trede een persoon. Hij begint bij de geboorte, loopt op tot zo rond de 45 jaar het hoogtepunt bereikt is. Daar zet de daling in en ook de aftakeling, tot helemaal onderaan de doodskist wacht. De opgaande kant is vrolijk en kleurrijk, na het hoogtepunt worden de kleuren grijs en somber. Als het leven er ongeveer zo uitziet, is er weinig vreugde aan de tweede levenshelft te beleven. Kommer en kwel. Er zijn ook moderne versies van deze trap, maar de essentie blijft. Ik noem de opgaande kant de verwachtingsvolle ‘al-kant’, de neergaande kant heet bij mij de treurige ‘nog-kant’. Al, omdat er telkens wat bij komt: nog, omdat je van alles kunt doorstrepen. Aan een vierjarige vraag je ‘kun jij al fietsen’? Goh, wat knap!’ Aan een tachtigjarige: ‘lukt het nog?’. Is dat – van al naar nog - gewoon de loop der dingen. Ik denk van niet.
In de beeldentuin in Gees is de ladder ‘The sky is the limit’ herplaatst, een enorme metalen trap die letterlijk tot in de hemel reikt. Nu moet ik toegeven dat zeker niet voor elke oudere geldt dat er eindeloze mogelijkheden zijn, maar er komt aan positiefs van alles bij tijdens het ouder worden. Goed kijken, leren, meedoen, werken, ontmoeten en wat al niet. Noem dat maar niks.

STEM
Of het nu door de nieuwe kabinetsplannen komt of dat we inzien dat we nu eindelijk werk moeten maken van ‘de vergrijzing’: het onderwerp staat dan toch op de agenda. En ook aanverwante thema’s als de bijdrage van ouderen aan de samenleving: de pensioenperiode als een actieve levensfase waarin je als vitale oudere vanzelfsprekend meedoet. En een bijdrage levert. Waarin er een beroep op je gedaan wordt en er behalve in het bekende vrijwilligerswerk - ook in de zorg, als mantelzorger bijvoorbeeld – allerlei mogelijkheden zijn. Ook minder bekende en misschien minder voor de hand liggende activiteiten. Ik noem het onderwijs, als vertegenwoordiger van het patiënten-/cliënten- en/of inwonerperspectief bij projecten of onderzoek. Als citizen scientist of burger-onderzoeker. Zinvol om samen met professionals aan de slag te gaan om ervoor te zorgen dat de stem van ‘de doelgroep’ wordt gehoord. Door zelf je stem te laten horen. Luid en duidelijk. Door bijvoorbeeld in te brengen wat het voor jou betekent als zorg- en welzijnprofessionals die in de wijk werken meer of anders gaan samenwerken. Of wat de winst is van aandacht voor ‘positieve gezondheid’ voor ouderen. Eigenlijk is het: doen waar je goed in bent, waar je van betekenis kunt zijn. Heel gewoon.