Welkom op de website van Denktank60+Noord
Knuffelkonijn
Vaste prik in mijn ochtendkrant: op maandag het interview met een honderdjarige, op dinsdag het portret van een kind in haar of zijn slaapkamer. Honderdjarigen geven een inkijkje in hun leven. Ze vertellen hoe ze daar met vallen en opstaan, maar bijna altijd moedig en blijmoedig, doorheen gekomen zijn. Nog steeds actief - fysiek en/of mentaal. Als ik me een voorstelling probeer te maken van wat ze hebben meegemaakt, verbaas ik me over hun veerkracht, hun vermogen om zich aan te passen; aan ontberingen, armoede, oorlogen, gescheiden worden van hun gezin of al heel jong teveel verantwoordelijkheid moeten dragen. Eerst omdat ze niet mochten leren of werken, veel later omdat ouder worden ook met gebreken kwam en met verlies en er op hun honderdste nog maar weinig is overgebleven. Ook generatiegenoten zijn er nauwelijks nog. Soms zijn ze zelf verwonderd, omdat zo oud worden min of meer ‘vanzelf’ is gegaan. Blij, dankbaar of ook eigenlijk wel klaar met het leven.
Kinderen kijken vooral vooruit. Alles kan! Ze krijgen altijd de vraag waar ze zichzelf zien over 10 jaar. En dan volgen er de meest onwaarschijnlijke ideeën, dromen en plannen. Levita van 9 wil later bejaard worden. En een laptop is haar grootste wens, ze is nu al handiger dan mama. Melle van 7 heeft al een heleboel medailles. Ze zijn het belangrijkste bezit. Maar het allerbelangrijkste is zijn knuffelkonijn, waarmee hij in slaap valt. Melle wil uitvinder worden en hij weet al wat hij wil gaan uitvinden: een afstandsbediening die mensen jonger kan maken: met een druk op de knop maak je iemand een jaar jonger. En als je twintig keer op de knop drukt, twintig jaar. Als dat zou kunnen …! Maar misschien houdt hij de uitvinding wel alleen voor zichzelf. Eigenlijk kan het al, jonger worden zonder druk op een knop: we zeggen immers dat zeventig het nieuwe zestig is. Het zal wel … Gewoon zijn wie je bent en even stilstaan bij waar je je gekomen bent op je 100e, je 80e of 50e. En neem dan je eigen geleerde lessen mee en combineer ze met de dromen van Levita of Melle, van je eigen kleinkinderen misschien. Bedachtzame, dappere stappen van honderdjarigen, maar zeker ook mooie dromen en ideetjes. En een lekker zacht knuffelkonijn kan er altijd bij.
LATER
Vroeger was ‘de zolder’ een oplossing voor alles waar ik op dat moment geen tijd voor had, verder geen plek voor had of waarvan ik niet wist wat ik ermee moest. ‘Zet maar op zolder’ betekende ‘dat doe ik later wel’. Intussen verzamelden mijn gezin en ik een zolder vol familiegeschiedenis en beloften voor later: speelgoed van vroeger, spullen van overleden ouders en ook spullen waarvan ik dacht daar later alle tijd voor te hebben. Zoals een schapenvacht, patroontjes voor van alles, een cursus … Later zou ik daarmee aan de slag gaan.
‘Later’ was in mijn hoofd de plek waar niet alleen ‘de zolder’ een plek had gekregen, maar ook de plek voor alle dromen. Een combinatie van eindeloos veel tijd, nieuwe plannen en ideeën, waar dat alles wel een plek zou krijgen.
Totdat de zolder in de weg ging zitten. Er kon niets meer bij en het was zo veel geworden dat ik het overzicht allang kwijt was. De verhuizing naar een kleiner huis – voorbereiding op later - was de aanleiding voor de grote opruiming. De zolder moest leeg. Er was geen tijd voor nostalgie, voor twijfel over wegdoen of toch maar bewaren. Ik heb er ook van geleerd. Allereerst dat ‘later’ vooral in mijn hoofd zat en dat mijn ‘later’ allang begonnen was. Ik moest daar snel ‘hier en nu’ van maken, dromen in werkelijkheid omzetten en er anders rigoureus een streep door zetten. Ingehaald door de tijd, vervangen door iets veel leukers of beters of … onhaalbaar, niet-realistisch. Dat ik van de schapenvacht nooit meer mooie wol zou spinnen, de cursus eigenlijk niet zo interessant was, accepteerde ik. Niet meer dan jammer. Maar ik ontdekte ook dat later niet meer een eindeloze periode is maar een beperkt tijdsbestek. Hoe lang? Altijd te kort voor mijn dromen.
Kan ik wel wat afmaken of kan ik leren erop te vertrouwen dat anderen stokjes overnemen, doorgaan? Nederig blijven doen wat ik kan? Tot zolang heb ik haast. Niet zoveel begrip voor ellenlange procedures, eindeloze termijnen, rare protocollen en ander getreuzel.
Een praatje …
--- maakt je dag! Ik vind het een leuke campagne. Om over na te denken, bij stil te staan en te gaan doen. Bijna iedereen is blij met een gesprekje, een opmerking waaruit blijkt dat je gezien en gehoord wordt en dat stimuleert om zelf ook oren en ogen openzetten en een praatje beginnen. Het kan heel simpel. Zo krijg ik wel eens van een onbekende onderweg wel eens een compliment over mijn ketting of mijn Happy Socks. Daar ben ik blij mee. Leuk! Soms loopt hij weer snel door, maar soms ook raken we aan de praat. Of krijg ik te horen wie er nog meer dit merk sokken draagt of dat zij er vrolijk van wordt. Is dat nietszeggend? Inhoudsloos? Een inbreuk op mijn privacy? Helemaal niet! Meer een teken van omkijken naar elkaar, van gezien worden. Letterlijk dan en een minuscule poging tot verbinding, tot contact maken.
Door Larry Gardiner – Denktank 60+ - 2026
BRAIN POWER
In 2022 bracht ik onderzoeker Jacoba Huizenga in contact met de Britse Dementia Enquirers, een groep mensen met dementie die als medeonderzoekers actief betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek. Huizenga bezocht de groep in Engeland om te leren hoe participatief onderzoek in de praktijk kan worden uitgevoerd mét mensen die zelf de diagnose dementie hebben gekregen.
Tijdens haar promotieonderzoek aan Tilburg University verrichtte Huizenga baanbrekend onderzoek naar het dagelijks leven van mensen met dementie. Haar onderzoek werd in coproductie uitgevoerd: niet óver mensen met dementie, maar samen mét hen. Volgende maand verdedigt zij haar proefschrift. Op basis daarvan verschijnt tevens een boek waarin deze vernieuwende onderzoeksaanpak centraal staat.
Op eigen initiatief richtte Huizenga vervolgens een coproductiegroep op. De deelnemers kozen zelf de naam Brain Power. Daarmee wilden zij bewust afstand nemen van het hardnekkige stigma dat mensen met dementie hun handelingsvermogen, deskundigheid en zeggenschap zouden verliezen. Samen met Huizenga schreven zij een boek over hun eigen ervaringen met dementie.
Boodschappen …
Zo’n 10 jaar geleden was er een project waarbij studenten Industriële Vormgeving een boodschappenwagentje moesten ontwerpen voor ouderen. Toen er prototypes waren van de handigste wagentjes, werden de toekomstige gebruikers erbij gehaald. De beoordeling: het waren prachtige wagentjes, maar niet bruikbaar: vooral veel te zwaar, wielen te klein, geen vakje voor kleine spullen. Want waar moesten ze hun iPhone en portemonnee laten? Afgekeurd. Een leerpunt: betrek de doelgroep vanaf het allereerste moment bij het ontwerpproces. En dat geldt niet alleen voor gebruiksvoorwerpen, ook bij beleid en onderzoek kan het niet zonder de doelgroep. Hebben we – 10 jaar later, ouder en wijzer – bijgeleerd? Is het intussen beter gesteld met de participatie van doelgroepen op alle niveaus? Er is toch met participatieladders en – matrixen in kaart gebracht hoe dat werkt, waar de valkuilen voor alle betrokkenen zitten en ook wat gezamenlijk beleid maken eigenlijk allemaal oplevert, behalve verbinding.
In de wereld van wonen, welzijn en zorg blijkt iedereen bezig te zijn met afspraken, akkoorden en coalities over thema’s die ouderen van nu en later allemaal direct aangaan, zoals het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). En met de uitwerking ervan. Voor degenen – inwoners, burgers, cliënten, doelgroepen dus – over wie het gaat en voor wie ze bedacht zijn, is het abracadabra. De praktijk is dan ook dat zij hier niet of nauwelijks bij betrokken zijn. Soms op onderdelen. Terwijl het beleid, de programma’s en plannen die schuilgaan achter deze afkortingen, juist grote gevolgen hebben of krijgen voor het dagelijks leven van degenen voor en over wie ze bedacht zijn.
Als we goed om ons heen kijken zien we dat er initiatieven zijn die In de goede richting wijzen. Het is de kunst om die denkkracht te mobiliseren, om daar te gaan shoppen. En dan graag met een hip en slim, lekker licht boodschappenwagentje. Zo’n karretje waar iedereen mee gezien wil worden.
Bibi Dumon Tak & Annemarie van Haeringen
Langzaam komen de krilldieren tot de ontdekking dat er groot onrecht heerst in zee. Het krill besluit in opstand te komen. Twee krilldieren gaan met een witte vlag op pad om de andere dieren van het onrecht te overtuigen. Ze komen in vrede, gesteund door een koor van triljarden soortgenoten die samen zingen: ‘Wie kom in pies!’
Anjo: ‘Het krill gaat modern denken. Al zijn ze met triljarden – krilljarden natuurlijk - , elk van hen is een individu. Een van de minikreeftjes heeft tijdens de jaarlijkse vergadering als punt 5 van de agenda aandacht gevraagd voor dit punt. Nadat de staat van het zee-ijs, de algenkwaliteit, de temperatuur van het zeewater en het vieren van de verjaardagen aan de orde zijn geweest. ‘En’, zegt hij: ‘waarom worden wij door iedereen gegeten, terwijl wij zelf niemand kwaad doen?’ Het krill gaat dus te wapen, gaat opstaan voor zijn rechten. Maar hoe, want iedereen is de vijand. Maar zij zijn van levensbelang! Zonder krill geen leven onder en ook boven water; krill staat immers aan de basis van de voedselketen. Hun enige wapen is een zelfgemaakt wit vlaggetje met het ban-de-bom teken erop en een heleboel woordgrapjes. Daarmee weten ze de haringen, de inktvissen en zelfs de walvissen te overtuigen. Knap, hoe de auteur zoveel informatie in het boek kwijt kan. Op een overtuigende manier en in aanstekelijke taal. Alle dieren zien uiteindelijk in dat ze samen maar één vijand hebben en dat is natuurlijk de mens. Het klimaatprobleem in een notendop. Duidelijk en logisch. Een boek om te lezen, voor te lezen en erover te praten. Dat is een feest, ook door alle grapjes en spreekkoren. Het boek is prachtig uitgegeven, met paginavullende illustraties van Annemarie van Haeringen. Hoe zij een krilldiertje tekent … Zo mooi! Elk hoofdstuk begint met een letter van het woord SPECIËSISME, de dierenvariant van racisme. Een boek dat van mij sterren vijf sterren krijgt. Auteur en illustrator hebben nu al een Griffel en een Penseel verdiend! En de uitgever een groot compliment.’
Titel: Wij komen in vrede
Auteur: Bibi Dumon Tak & Annemarie Haeringen
Uitgever: Querido
ISBN: 9789045132129
Prijs: € 19,99
Kwetsbaar
Er zijn allerlei schalen om vast te stellen of je kwetsbaar bent. Ik scoor daar best hoog op en voor mij betekent dat bijvoorbeeld dat ik niet zo mobiel ben en dat van A naar B gaan vaak een puzzel is. Hoe kom ik daar? Meestal geen bus en 500 meter lopen gaat bij mij niet vanzelf. Ook betekent het dat ik moet aangeven dat ik niet lang kan staan. Kortom: ik ben wiebelig en niet zo handig. Onderweg word ik vaak zonder erom te vragen geholpen. ‘Lukt het mevrouw?’, Zal ik u even helpen?’ In de trein of bus: ‘Wilt u zitten?’ Mensen die aan de kant gaan of zichtbaar op me letten. Dat is fijn, nog steeds bijzonder en ook als ik het prima zelf kan, bedank ik altijd. Het geeft een gevoel van samen. Van echt gezien worden, van er niet alleen voor staan. En dat is superdesuperbelangrijk. Dat ik me wat onhandig manoeuvrerend met een kruk voortbeweeg, vind ik zelf heel gewoon. Ik merk het eigenlijk niet. Fijn, dat ik zo bijna overal kan komen en ook opgemerkt word. Het speelt eigenlijk niet echt een grote rol. Gewoon mee kunnen doen, een stem hebben, is nog belangrijker. Ik bén dan wel kwetsbaar, maar ik vóel me meestal niet kwetsbaar. Zelfs vitaal. Ondanks mijn frailty-score en zichtbare en onzichtbare beperkingen. Het is misschien de kunst om met de deuken en butsen die je tijdens je leven oploopt leert om te gaan. Ze een plek geven – ze accepteren - is wel erg veel gevraagd denk ik, maar ze gewoon meenemen, ervan leren moet wel. En natuurlijk vooral kijken naar wat er wél kan.
En als je zoals ik oud bent en kwetsbaar en toch ook eigenlijk niet? Het verschil dus tussen uiterlijk en innerlijk? Duidelijk, duidelijker dan nu – laten weten wat het betekent om oud te zijn en hoe dat voelt. Wij weten dat immers! En daar hebben we elkaar bij nodig. Jong en oud(er).