- Details
- Hits: 75
Kwetsbaar
Er zijn allerlei schalen om vast te stellen of je kwetsbaar bent. Ik scoor daar best hoog op en voor mij betekent dat bijvoorbeeld dat ik niet zo mobiel ben en dat van A naar B gaan vaak een puzzel is. Hoe kom ik daar? Meestal geen bus en 500 meter lopen gaat bij mij niet vanzelf. Ook betekent het dat ik moet aangeven dat ik niet lang kan staan. Kortom: ik ben wiebelig en niet zo handig. Onderweg word ik vaak zonder erom te vragen geholpen. ‘Lukt het mevrouw?’, Zal ik u even helpen?’ In de trein of bus: ‘Wilt u zitten?’ Mensen die aan de kant gaan of zichtbaar op me letten. Dat is fijn, nog steeds bijzonder en ook als ik het prima zelf kan, bedank ik altijd. Het geeft een gevoel van samen. Van echt gezien worden, van er niet alleen voor staan. En dat is superdesuperbelangrijk. Dat ik me wat onhandig manoeuvrerend met een kruk voortbeweeg, vind ik zelf heel gewoon. Ik merk het eigenlijk niet. Fijn, dat ik zo bijna overal kan komen en ook opgemerkt word. Het speelt eigenlijk niet echt een grote rol. Gewoon mee kunnen doen, een stem hebben, is nog belangrijker. Ik bén dan wel kwetsbaar, maar ik vóel me meestal niet kwetsbaar. Zelfs vitaal. Ondanks mijn frailty-score en zichtbare en onzichtbare beperkingen. Het is misschien de kunst om met de deuken en butsen die je tijdens je leven oploopt leert om te gaan. Ze een plek geven – ze accepteren - is wel erg veel gevraagd denk ik, maar ze gewoon meenemen, ervan leren moet wel. En natuurlijk vooral kijken naar wat er wél kan.
En als je zoals ik oud bent en kwetsbaar en toch ook eigenlijk niet? Het verschil dus tussen uiterlijk en innerlijk? Duidelijk, duidelijker dan nu – laten weten wat het betekent om oud te zijn en hoe dat voelt. Wij weten dat immers! En daar hebben we elkaar bij nodig. Jong en oud(er).
- Details
- Hits: 94
Sporen
Het openbaar vervoer is voor mij een basisvoorziening waar ik heel graag gebruik van maak. Als je zo’n beetje snapt hoe het werkt, weet wat handig is en wat je vooral niet moet doen, zie je door de vingers dat het af en toe totaal niet doet wat ik zou willen: niet rijdt, onaangekondigd ermee ophoudt of niet aansluit op de bus die ik wilde halen. Een kapotte lift of roltrap is een ramp voor mij. Het aangegeven noodnummer zegt dan meestal dat ik terug moet of alleen via een ander station – zonder trappen – en met een enorme omweg mijn bestemming kan bereiken. Niet vlekkeloos dus, maar dat is ander vervoer vast ook niet. De mensen die zeggen altijd pech te hebben – vertraging, staanplaats – net op die ene dag dat ze voor het eerst nog wel de trein nemen, weten niet wat ze missen. Wat dat is? Tijd om een boek te lezen, te werken, een gesprek aan te knopen (niet in de stilte coupé), na te denken, een stukje te breien of … lekker naar buiten staren. Onverwachte ontmoetingen niet te vergeten. Om mij heen zie ik collega-ouderen twijfelen over de auto, zich boos maken over de rijvaardigheidskeuring. Zij beoordelen hun eigen mogelijkheden nogal eens positiever dan de keuringsarts of hun kinderen. Of ze hebben hun actieradius al beperkt tot korte, bekende afstanden. De overstap van eigen vervoer op het OV is groot. Dat klopt! Het is totaal anders; het OV geeft veel minder vrijheid, het aanbod is vooral buiten de grote steden heel beperkt. Een ramp soms, maar ingewikkeld is het niet. Met een OV-pas of je bankpas check je in en er zijn zelfs ambassadeurs die je graag wegwijs maken.
Een beetje wennen dus en dan kom ik u graag tegen!
- Details
- Hits: 113
Meedoen!
Langzamerhand verschijnen ze: de coalitieakkoorden waar de partijen de komende vier jaar mee aan de slag gaan in hun gemeente. Ik zag mooie titels als ‘Daadkrachtig en dichtbij’ en probeerde plannen te ontcijferen, enthousiasme te vinden, visie ook, misschien wel nieuw elan. Ik zou zo’n akkoord toch ook willen zien als een uitnodiging aan de burgers – aan mij – om mee te gaan doen, me te verbinden aan een mooi plannetje, mijn stem te laten horen en inzet te laten zien. Zodat er iets van ‘samen’ zou kunnen ontstaan. Een akkoord als: ‘dit gaan wij de komende jaren doen, doe je mee?’ Op zoek naar aanknopingspunten, vond ik die wel, maar miste hoe die samenwerking er dan uit zou moeten zien. Er is een Wet versterking participatie op decentraal niveau (2024) die als doel heeft de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid te versterken en daar dus beleid op te ontwikkelen. Dat is wat anders dan ‘we nemen het mee’ (‘waarheen?’) als reactie op inspraakrondes en adviezen van formele adviesorganen. Dat vraagt een serieuze, praktische aanpak en duidelijke communicatie. Het afstemmen van verwachtingen over en weer. Ik zocht ook naar ouderenbeleid, vond de geijkte teksten: integraal, nadruk op voorkómen, vitale ouderen als ‘belangrijke kracht, bijvoorbeeld als vrijwilliger en mantelzorger.’ Niets over ouderen in een andere rol, niets over de aanpak van de vergrijzing of ‘ouderen’ als aandachtsveld in het pakket van een wethouder net als – en terecht – jeugd.
Toch: ‘We zitten er bovenop’ lees ik ergens. Prima! Dat ga ik ook doen.
- Details
- Hits: 143
Ontzorgen?
Je hoeft echt geen zwartkijker te zijn om te weten dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Je hoeft maar naar de cijfers te kijken. Ouderen krijgen de meeste ongelukken gewoon thuis, maar ook op de fiets en onderweg, lopend met de rollator naar de buurtsuper. Kun je het voorkomen? Niets beter natuurlijk dan actief blijven en te doen wat nodig is om fit te blijven, maar ook dan kan je situatie plotseling veranderen. Kunnen hulp en ondersteuning wegvallen of moet je de eigen regie misschien uit handen geven. Alles op z’n beloop laten, omdat het leven toch vaak heel anders loopt dan je verwacht? Wie dan leeft, die dan zorgt? Dat lijkt aantrekkelijk, omdat je de voorbeelden ervan om je heen ziet. Fluitend honderd worden. Zoiets? Nadenken over wat belangrijk is in de derde of vierde levensfase confronteert ons wellicht met situaties waarin we liever niet terecht willen komen. Nadenken over ‘wat als …’ en onder ogen zien dat het niet denkbeeldig is dat wat anderen overkomt ons ook gebeurt, kan juist helpen. Helpen om je wat minder hulpeloos te voelen. Dat doe je bijvoorbeeld door geïnformeerd te zijn over hoe de zorg werkt, je contactadressen op een rijtje te hebben, afspraken te maken met de mensen uit je naaste omgeving, te bespreken hoe je de laatste levensfase voor je ziet en alvast een regeling te treffen. Als je niet zo’n regelaar bent, moet je daarvoor vast een drempel over, maar tijdig het gesprek starten, nadenken over de toekomst en regelingen treffen, ontzorgt en geeft rust. Dan heb je basis op orde. Zoiets!
- Details
- Hits: 110
Ondervoeding
Toen onlangs een fysioloog het belang van goede voeding uitlegde, ging ik op het puntje van mijn stoel zitten. Voeding en beweging zijn dé combinatie om je gezond en vitaal te voelen en sterke spieren te houden. We zijn niet meer van kalm aan, met een griepje lekker uitzieken in bed, maar van use it or loose it: wat je niet gebruikt ben je kwijt. Dat geldt ook voor spieren en voordat je het zelf in de gaten hebt, sta je wiebelig op je benen en verlies je spierkracht. Dat kan een van de oorzaken zijn van vallen. Ook het gebruik van (combinaties van) sommige medicijnen, problemen met je gebit waardoor je niet goed kunt kauwen en eenzijdig eet of wanneer je niet goed kunt zien waar je loopt bijvoorbeeld: allemaal mogelijke redenen om te vallen. Goede voeding, afgestemd op de persoon is belangrijk en er is alle reden voor om af en toe te bekijken of je echt binnenkrijgt wat je nodig hebt. Vaak wordt gedacht dat ondervoeding niet meer voorkomt, maar ook met een normaal gewicht of overgewicht kun je ondervoed zijn. Met alle gevolgen van dien. De campagne zet ondervoeding op het menu vraagt aandacht voor dit onderwerp. Voor je het weet, doe je maar wat met wat je binnen krijgt… Dus: goed gevoed ouder worden.
www.ondervoedingophetmenu.nl
Goed Gevoed Ouder Worden - Kenniscentrum Ondervoeding
Hoeveel en wat kan ik per dag eten? | Voedingscentrum
- Details
- Hits: 103
Generaties
Het Boekenweekgeschenk is dit jaar gewijd aan ‘intergenerationele jaloezie tussen twee generaties die op hun eigen manier uitblinken in onuitstaanbaarheid.’ Het gaat over de babyboomers en de millennials. Doortje Smithuijsen, zelf millennial, schrijft er een essay over met de titel ‘Ik zou uw dochter kunnen zijn.’ Interessant, leerzaam en zeker een aanrader. Toch vroeg ik me af naarmate ik verder las of het denken in generaties ons nu echt nader tot elkaar zou kunnen of moeten brengen. Of geboren zijn binnen een leeftijdcohort – zo’n 15 jaar - en daarmee in een daarbij behorend tijdperk zoveel gemeenschappelijkheid zou kunnen opleveren dat er daardoor sprake zou zijn van iets wat je een ‘groep’ zou kunnen noemen. We hebben het dan over ‘mijn generatie’, maar als ik een rondje maak langs de babyboomers die ik ken, zie ik levensgrote verschillen. Eigenlijk in van alles, alleen hun leeftijd hebben ze met op zijn hoogst 15 jaar verschil, gemeenschappelijk, maar verder veel variatie. Al lezend wilde ik telkens uitleggen dat ík een andere babyboomer ben dan de leeftijdgenoten die Smithuijsen blijkbaar op het oog had en dat kwam vast niet door het feit dat ik haar grootmoeder zou kunnen zijn. Misschien ook onuitstaanbaar, wel behoorlijk anders. Als millennials het over babyboomers hebben hoor of lees ik veel beeldvorming en vooroordelen, andersom net zo. Etiketten zijn er ook. Zouden het echte gesprek, onderlinge samenwerking en op zoek gaan naar overeenkomsten ons niet verder brengen?
- Details
- Hits: 176

Ladder - De ‘trap des levens’ of ‘trap des ouderdoms’ is een eeuwenoude trap met op elke trede een persoon. Hij begint bij de geboorte, loopt op tot zo rond de 45 jaar het hoogtepunt bereikt is. Daar zet de daling in en ook de aftakeling, tot helemaal onderaan de doodskist wacht. De opgaande kant is vrolijk en kleurrijk, na het hoogtepunt worden de kleuren grijs en somber. Als het leven er ongeveer zo uitziet, is er weinig vreugde aan de tweede levenshelft te beleven. Kommer en kwel. Er zijn ook moderne versies van deze trap, maar de essentie blijft. Ik noem de opgaande kant de verwachtingsvolle ‘al-kant’, de neergaande kant heet bij mij de treurige ‘nog-kant’. Al, omdat er telkens wat bij komt: nog, omdat je van alles kunt doorstrepen. Aan een vierjarige vraag je ‘kun jij al fietsen’? Goh, wat knap!’ Aan een tachtigjarige: ‘lukt het nog?’. Is dat – van al naar nog - gewoon de loop der dingen. Ik denk van niet.
In de beeldentuin in Gees is de ladder ‘The sky is the limit’ herplaatst, een enorme metalen trap die letterlijk tot in de hemel reikt. Nu moet ik toegeven dat zeker niet voor elke oudere geldt dat er eindeloze mogelijkheden zijn, maar er komt aan positiefs van alles bij tijdens het ouder worden. Goed kijken, leren, meedoen, werken, ontmoeten en wat al niet. Noem dat maar niks.

