cursiefjeSporen
Het openbaar vervoer is voor mij een basisvoorziening waar ik heel graag gebruik van maak. Als je zo’n beetje snapt hoe het werkt, weet wat handig is en wat je vooral niet moet doen, zie je door de vingers dat het af en toe totaal niet doet wat ik zou willen: niet rijdt, onaangekondigd ermee ophoudt of niet aansluit op de bus die ik wilde halen. Een kapotte lift of roltrap is een ramp voor mij. Het aangegeven noodnummer zegt dan meestal dat ik terug moet of alleen via een ander station – zonder trappen – en met een enorme omweg mijn bestemming kan bereiken. Niet vlekkeloos dus, maar dat is ander vervoer vast ook niet. De mensen die zeggen altijd pech te hebben – vertraging, staanplaats – net op die ene dag dat ze voor het eerst nog wel de trein nemen, weten niet wat ze missen. Wat dat is? Tijd om een boek te lezen, te werken, een gesprek aan te knopen (niet in de stilte coupé), na te denken, een stukje te breien of … lekker naar buiten staren. Onverwachte ontmoetingen niet te vergeten. Om mij heen zie ik collega-ouderen twijfelen over de auto, zich boos maken over de rijvaardigheidskeuring. Zij beoordelen hun eigen mogelijkheden nogal eens positiever dan de keuringsarts of hun kinderen. Of ze hebben hun actieradius al beperkt tot korte, bekende afstanden. De overstap van eigen vervoer op het OV is groot. Dat klopt! Het is totaal anders; het OV geeft veel minder vrijheid, het aanbod is vooral buiten de grote steden heel beperkt. Een ramp soms, maar ingewikkeld is het niet. Met een OV-pas of je bankpas check je in en er zijn zelfs ambassadeurs die je graag wegwijs maken.
Een beetje wennen dus en dan kom ik u graag tegen!